Rob Slaats geeft een workshop in Taiwan (Foto: eigen foto).
Rob Slaats geeft een workshop in Taiwan (Foto: eigen foto).

Slaats smult van sterrenstatus

In zijn Eindhovense kapperszaak is hij een gewone Brabantse barbier. Een die graag tussen de mensen staat en met zijn handen in het haar zit. Ver buiten de Lichtstad zijn de schijnwerpers juist op hem gericht. In Taiwan geniet Rob Slaats namelijk een sterrenstatus. Daar trekt de Millenaar volle zalen, moet hij handtekeningen uitdelen en selfies maken.

Een klein week is Slaats dé haaricoon van het eiland ten zuidoosten van China. Voor zijn kapperskunsten staan de Aziaten in de rij. Zijn eerste werkbezoek aan Taiwan zal hij dan ook niet snel vergeten, dat is inmiddels wel bij hem doorgedrongen.

"Ik ben afgelopen jaar ook in Canada geweest, in grote steden als Montreal, Ottowa en Vancouver, maar het verschil met Taiwan is immens. We werden er ontvangen als popsterren. Moesten handtekeningen zetten op muren, op t-shirts en iPhones. Ik vroeg me echt af wat er allemaal gebeurde. Bij aankomst in de hoofdstad Taipei kregen we zelfs een massage van twee uur."

De 44-jarige herenkapper ging samen met compagnon Jean van Rossum van The Barberstation naar Taiwan om een knipwedstrijd te jureren én om workshops te geven. "Mensen denken misschien aan een snoepreisje, maar dat was het niet bepaald. Taiwan staat bekend om zijn tempels, maar die heb ik niet gezien. Daar hadden we geen tijd voor. Ik moest hard werken. Kijk naar zo'n workshop, daar wordt een complete show omheen gebouwd. Stonden we daar op het podium in een grote theaterzaal met vijfhonderd man. Even later moesten we vijftig man begeleiden. Dat was behoorlijk aanpoten. Ga maar na. In Nederland geven we een workshop aan zes mensen."

Bovendien was er sprake van een taalbarrière, legt Slaats uit. "Ik denk dat wel 80 procent van de Taiwanezen het Engels niet machtig is. We hadden constant een tolk om ons heen. Dat gegeven zorgde voor een leuke uitdaging, maar maakte het ook wel lastig werken. We wisten echt niet wat die persoon bij de workshops tegen de mensen in de zaal vertelde, dat kan echt van alles zijn. Maar dat het publiek na de show in de rij stond voor ons, zei misschien wel genoeg. We waren ook meer dan een uur met het fotomomentje bezig."

Slaats schiet in de lach. "Ooit zei ik voor de grap dat ik voor een dag wel een bekende Nederlander zou willen zijn, nou zo voelde ik me toen wel. Om eerlijk te zijn, heb ik de populariteit in Taiwan onderschat. Zo moesten we zelfs persconferenties geven voor vakbladen. Toch levert deze trip niet direct geld op. Misschien op den duur wel. Vandaar dat ik dit werkbezoek als een investering zie. Om onze bedrijfsnaam te vergroten. Er waren in Taiwan ook klanten uit China en Maleisië, die enthousiast op ons reageerden. Misschien dat daar nog iets uit voorkomt."

Voor 2018 heeft hij opnieuw workshops in Canada gepland. Zo dendert Slaats als een sneltrein voort met The Barberstation, de kapperszaak met vestigingen in Arnhem, Eindhoven en Nijmegen.

"Ik ben er vanaf de oprichting in april 2013 bij betrokken. In eerste instantie deed ik het erbij, naast mijn zaak in Mill, Kapsalon Slaats. Ik richtte me destijds vooral op de academie, op het opleiden van jongens. Nu voor een gedeelte, zo begeleid ik 23 jongens in hun opleiding. Daarnaast sta ik nadat we in 2015 de vestiging in Eindhoven openden ook in de zaak."

Familiebedrijf
Een succesvolle keuze, zegt Slaats, die in het verleden les gaf op de kapperschool. "Het werk werd zo veel dat ik in Mill moest stoppen. Dat was met pijn in mijn hart. Kapsalon Slaats was een familiebedrijf. Dat van mijn vader en opa geweest. Van hen heb ik het vak ook geleerd."
Opa The richtte de zaak in de Schoolstraat in Mill in 1928 op en vader Theo nam het over. Hijzelf zat er bijna twintig jaar in. "Voordat ik de knoop heb doorgehakt, heb ik het besproken met mijn vader. Hij zag ook in dat in The Barbershop meer toekomst voor mij zit."

Slaats is een echte specialist. "Wij zijn een old school barber. Voor en door mannen. Bij ons werken er ook geen vrouwen", legt hij uit. "Wij doen ook niet aan haartrends. De barberkapper berust op een traditie. We knippen klassieke mannenkapsels. Uit de tijd van de rock-'n-rolmuziek. Die van de filmsterren. Ze zijn wel iets gemoderniseerd, maar je ziet ze nog altijd en overal terug. We hebben ook een eigen lijn met zeven producten, een idee dat we overgenomen hebben uit Amerika."

Zo verkoopt zijn bedrijf diverse soorten haarproducten, een aftershave (Devil's Water) en een Barbershop-baardborstel. Daarnaast eist de herenkapperszaak op sociale mediakanalen de aandacht op. Er staan gelikte clips op YouTube en puik fotomateriaal op het Instagram-account, dat meer dan 10 duizend (!) volgers heeft.

"Vanaf de eerste dag zijn we met social media bezig. We hebben een eigen fotograaf in dienst, die ook is meegegaan naar Taiwan. Ons bereik bij klanten is heel erg groot. Zo heeft de distribiteur uit Taiwan ons ook gevonden en uiteindelijk opgepikt", licht Slaats toe.

"Ik vergeet het eerste telefoontje van die beste man niet meer. Ik kon hem niet verstaan. Vandaar dat ik de hoorn er meteen heb opgegooid. Even later kregen we een mailtje van hem dat hij serieus geïnteresseerd was in onze productlijn. Ondertussen was hij in eigen land al bezig geweest om ons concept uit te rollen. Daarna volgde de uitnodiging of wij die kant op wilde komen. Om onze productlijn te promoten en workshops te geven. Toen we daar in een verlaten stadje rondliepen, zag ik onze producten ergens in een kapperszaak staan. Dat was best bijzonder."

reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox